Pastoor René Graat werd op 25 juli 1945 geboren te Heerlen. Hij groeide op op de Heerlerbaan. Zijn vader werkte bij de beroepsbrandweer van Heerlen. Zijn moeder was huisvrouw. René heeft twee broers en een zus, die allen getrouwd zijn en (klein)kinderen hebben.

In 1958, toen René in de eerste klas van het (Bernardinus) gymnasium zat, raakte hij betrokken bij een ernstig verkeersongeval. Tijdens zijn revalidatie dacht hij er vaker over na om priester, en dan vooral: missionaris, te worden. Hij koos voor het internationale Intstituut van de Missionarissen van Mill Hill waarvan het hoofdkwartier zich in Londen (GB) bevindt.

Samen met zijn ouders is hij zich gaan “aangeven” bij Mill Hill in Tilburg waar hij in 1959 begon met zijn opleiding gymnasium alpha. In de periode 1965-1967 studeerde hij filosofie in het St. Jozef Missiehuis te Roosendaal, tussen 1967 en 1971 theologie in het St. Joseph’s College in Mill Hill (Londen) en in het najaar van 1970 werd René tot diaken gewijd.

Op 3 juli 1971 volgde de priesterwijding in zijn parochiekerk op de Heerlerbaan en op 4 juli 1971 vierde hij zijn eerste mis na zijn wijding. Daarna vertrok hij voor drie maanden naar Parijs om te gaan werken om de Franse taal (bij) te leren, voor zijn aanstaande werkzaamheden in Congo.

Vlak na zijn wijding als diaken had René al een benoeming gekregen om naar Congo te gaan. Op 20 januari 1972 brachten zijn vader en moeder alsmede zijn broers en zus, hem naar de Antwerpse haven om hem “op de boot te zetten” naar Congo. Daar aangekomen bleek president Mobutu de naam van het land te hebben veranderd in Zaïre.

In 1975 werd mgr. Matondo de eerste landeigen bisschop van Basankusu. Hij was een man met een duidelijke pastorale visie. Mgr. Mantondo zag heel duidelijk in dat leken een eigen roeping en een eigen verantwoordelijkheid hebben in de kerk. Wel moeten zij daarvoor toegerust worden. Dit sprak René zeer aan.

Tot 1981 werkte hij in het bisdom Basankusu bij de Ngombe. Dit is één van de drie grote stammen van dat bisdom. Hij werkte als kapelaan in Mampoko en Kodoro. Tussen 1976 en 1981 werkte hij als kapelaan en later als pastoor in Abunakombo.

Tussen november 1982 en 1994 leefde hij bij de Bongando. Dit is een andere grote stam van het Bisdom Basankusu. Daar werkte hij in Yalisele, de grootste parochie van het bisdom. Hij ging dan per auto of motor voor een tijdje “de dorpen in” en leefde dan met de mensen mee en at en dronk wat zij hem voor zetten. René omschrijft zijn jaren bij de Bongando als zijn mooiste jaren in Congo. Hij kan zich vlot bedienen van de “algemene” taal: het Lingala.

Tussen 1985 en 1994 probeerde hij zich dienstbaar te maken als pastoor en deken van het dekenaat Djolu. Dit dekenaat is zo groot als België en bestaat uit vijf hele grote parochies (o.a. Simba en Yalisele). Het vele reizen als deken van Djolu, onder slechte infrastructurele omstandigheden, maakten dat hij in 1990 en 1993 te Heerlen aan (rug) hernia moest worden geopereerd. Na zijn tweede operatie gaven zijn artsen hem het dringende advies om niet meer auto te rijden (althans: in Congo).

Tussen 1994 en 2002 werkte René op persoonlijk verzoek van mgr. Matondo als secretaris en kanselier van het Bisdom van Basankusu in het stadje Basankusu zelf. In die rol hielp hij de Bisschop verder met het omzetten van diens pastorale visie in concreet beleid: “Iedereen in de gemeenschap heeft iets te bieden ”.

Eind 1996 begon de burgeroorlog. Die ging niet aan Basankusu voorbij omdat deze plaats op een strategisch punt ligt. Mobutu werd steeds meer in het nauw gedreven door de troepen van Kabila sr. De terugtrekkende troepen van Mobutu deden ook Basankusu aan op hun moord- en plundertocht. In maart 1997 was dit zodanig ernstig dat aan alle blanken het advies werd gegeven om te vertrekken. In augustus 1997 keerde René vanuit Heerlen naar Basankusu terug en hervatte hij zijn werkzaamheden.

In 1998 werd mgr. Matondo als bisschop van Basankusu overgeplaatst naar een ander bisdom. Zijn opvolger kon nog niet zo direct aantreden, zodat René tussen september 1998 en juni 2001 nogal wat bisschopstaken vervulde als “acting bischop”.

In augustus 1998 stak een nieuwe rebellie de kop op onder leiding van Jean Pierre Bemba, gericht tegen Kabila sr. Op 30 november 1999 vielen de rebellen van Bemba Basankusu binnen. Het was één grote plunderende bende.

In december 1999 volgde een groot bombardement op Basankusu door het regeringsleger van Kabila, gericht tegen Bemba. Hierbij is René zelf ook beschoten. Op 3 december 1999 waren er nog vijf Mill Hill mensen in Basankusu. Ofschoon de situatie veel erger was dan in 1997 wilde niemand evacueren.

Maar het leed was nog niet geleden. De regering van Kabila liet de troepen van Bemba herhaald bombarderen. Na drie weken was Basankusu een ghost city. De bevolking was bang en de mensen vluchtten. Er bestaat een film van de VRT over gebeurtenissen in die tijd, waar René herhaald in voorkomt.

In de daarop volgende tijd trad langzaam weer de vrede in en is René, samen met vele mensen van goede wil, bezig geweest met mentale en fysieke wederopbouw.

Nadat de nieuwe bisschop van Basankusu zijn werkzaamheden begon, werd René in 2002 benoemd tot directeur van een spiritueel vormingscentrum in Bonkita. Op zichzelf was dat een welverdiend rustig bestaan, maar na enkele jaren begon hij het pastorale werk onder de mensen te missen. Vooral vond hij dat de landeigen priesters en religieuzen hun eigen vleugels moesten kunnen uit slaan. Na rijp beraad besloot hij Congo vaarwel te zeggen.

Bij terugkeer in Europa vroegen zijn oversten hem om te kiezen tussen een aanstelling in Kenia, Zuid-Afrika of Kameroen. Hij koos echter in september 2007 voor het pastorale werk in de regio waar hij vandaan komt: Zuid-Limburg, om met de in Afrika opgedane ervaringen iets terug te brengen naar de mensen waartussen hij geboren en getogen was en die hem veel gegeven hadden.

Zo werd René op 6 januari 2008 geïnstalleerd als pastoor van de parochies Banholt, Noorbeek en Reijmerstok. Naast zijn werkzaamheden als pastoor van deze parochies, is hij ook lid van het bestuur van het dekenaat Gulpen-Gronsveld en het regionaal bestuur van Mill Hill Nederland. Daarnaast verricht hij vrijwillig werkzaamheden in het ziekenpastoraat van het MUMC te Maastricht (azM) in welk kader hij gedurende verschillende avonden en nachten per maand pastorale (nood) zorg verleent.